KNDB-arbitersopleiding in Limburg?
 

Jac Hannen

[09-03-2007] Bij iedere sportwedstrijd van enige importantie hoort een neutrale arbiter er op toe te zien dat de spelregels of de wedstrijdbepalingen nauwgezet worden nageleefd. Dat geldt dus ook bij damwedstrijden en damtoernooien.

De KNDB heeft in de loop der jaren tientallen arbiters opgeleid. In eerste instantie werden die arbiters ingezet bij de wedstrijden voor de nationale damcompetitie. Ook wedstrijden op provinciaal niveau werden veelal van arbitrale ondersteuning voorzien, denk bv. aan de wedstrijdenreeksen om de persoonlijke kampioenschappen van de provinciale bonden.

Een van de nadelen van de leden uit het arbiterscorps is dat ze doorgaans zelf uitkomen in de nationale competities, wat o.m. tot gevolg heeft dat ze niet kunnen worden ingezet op plaatsen waar ze het meeste nodig zijn. Om die reden heeft de KNDB enkele jaren geleden noodgedwongen moeten besluiten om de wedstrijden in de Tweede klasse KNDB dan maar zonder arbiter te spelen. Uiteraard met alle gevolgen van dien. Gelukkig ontsporen er op dat niveau nooit wedstrijden.

Niet alleen wedstrijden voor de KNDB-competities, ook de (competitie)wedstrijden op provinciaal niveau hebben eigenlijk behoefte aan de aanwezigheid van een arbiter. Hoe vaak hoor je niet uit de monden van de spelers afwijkende interpretaties over het toepassen van de spelregels. Vooral de regeltjes rond het (reglementair) beëindigd zijn van de partij leiden vaak tot discussie.In voorkomende gevallen is de aanwezigheid van een gediplomeerd arbiter, die kan aangeven hoe de regels moeten worden toegepast en waar dat in het Spel- en wedstrijdreglement van de KNDB is verwoord.

U voelt het al: ook in Limburg met zijn beschikbare arbiterspotentieel, is behoefte aan uitbreiding van het arbiterscorps.

Bij voldoende belangstelling kan de KNDB een dergelijke opleiding in onze provincie organiseren. Vergelijk het met de jeugdleidersopleiding die, enkele jaren geleden alweer, dammend Limburg maandenlang in de ban had. Een arbitersopleiding kan doorgang vinden indien er een groep van minstens acht personen wil deelnemen. Ook het volgen van de schriftelijke variant is een mogelijkheid, maar de praktijk leert dat een groepsgewijze behandeling van de kernzaken toch de voorkeur verdient. 

Heeft u interesse, neemt dan kontakt op met , die u verder tekst en uitleg geven kan.