| Problematiek |
Leen de Rooij |
||||||||||||
Liefhebbers kunnen tevens een kijkje nemen op de website van VBI Huissen, ook daar verzorgt Leen een probleemrubriek.
zijn welkom. |
|||||||||||||
| De damproblematiek in Limburg
(deel 3)
[27-07-2007] Dit artikel werd in februari 1997 opgenomen in De Problemist, het orgaan van de Kring voor Damproblematiek. Het was eigenlijk bestemd voor een jubileumgids van de PLDB, die nooit is verschenen (zie ook het
naschrift). Het artikel wordt ongewijzigd overgenomen, maar is duidelijk in het verleden gesitueerd. (LdR) |
||
1. J.H.H. Ras
Jos Ras heb ik nooit ontmoet. De hoofdonderwijzer uit Pey-Echt is nimmer lid geweest van een damclub. Zijn buurman, die ik later wel heb leren kennen, vertelde dat Ras in zijn vrije tijd bijna altijd met een dambord voor zich zat om problemen uit te broeden. Hij had oog voor de finesses in de problematiek. Ras publiceerde vrijwel uitsluitend in De Tijd-Maasbode. Een Einzelgänger in de problematiek is ook J.L.Waltmans.
(Overleden 8-4-2001) We waren al verschillende jaren lid van dezelfde vereniging (Treebeek), toen hij me op een goede dag toevertrouwde dat hij al vele honderden problemen had gemaakt. In eerste instantie denk je dan aan grootspraak, maar de week erna bracht hij een aantal diagramboekjes mee, met voor het merendeel bruikbare problemen. Een echte leerling van Jan Scheijen was ook Hub Simons uit Kerkrade. Als plaatsgenoot vam Scheijen kwam Hub jr. (zijn oom, een sterke dammer heeft dezelfde voorletters) regelmatig bij Jan over de vloer. De samenwerking leidde tot veel mooie problemen, maar Hub kon het ook alleen. Hij publiceert zijn problemen nog regelmatig in De Problemist.
(Helaas de laatste jaren niet meer, Leen 2007) In het rijtje van leerlingen van Scheijen mag ook mijn eigen naam niet ontbreken. Weliswaar ben ik geen Limburger, maar sinds 1963 woon en werk ik in deze mooie provincie
(tot juli 2001, Leen 2007) |
||
6. A. van
Meeuwen![]() |
7. M.P.J. de
Vries![]() |
8. B. Klomp![]() |
| De laatste drie namen uit dit overzicht zijn van problemisten die vrijwel uitsluitend in het Limburgs Dagblad hebben gepubliceerd. A.van Meeuwen en M.P.J.de Vries heb ik wel eens thuis opgezocht. Bij mijn weten heb ik B.Klomp nooit persoonlijk ontmoet. De Vries heeft indertijd nijvere pogingen ondernomen om een damclub in Ubach over Worms van de grond te krijgen. Dat mislukte. Hij was een uitmuntende oplosser, maar kon ook aardige problemen in elkaar knutselen, zoals blijkt uit de prachtige bijdrage in deze serie. Ik hoorde onlangs (1997!) vermelden dat Klomp, die uit een sterke huisdammersfamilie komt, ondanks het feit dat hij niet meer de jongste is, bij De Ridder in Brunssum wil gaan spelen. Ik hoop dat er ook in de toekomst Limburgse dammers bereid zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van het combinatiespel in de problematiek te verkennen. Naschrift: In 1996 bestond de Provinciale Limburgse Dam Bond 60 jaar. De voorzitter vroeg mij een artikel over de damproblematiek in Limburg te schrijven. Graag heb ik aan dat verzoek voldaan. Het bovenstaande zou geplaatst worden in een jubileumgids, die omstreeks oktober 1996 uitgegeven zou worden. In maart moest alles ingeleverd zijn. Mijn bijdrage, die ik met enige schaamte pas in april inleverde, was de eerste kopij die door het bestuur werd ontvangen. Ik had me voorgenomen om dit artikel, na plaatsing in het jubileumboek, ook in De Problemist te laten publiceren. In oktober was er geen boekje verschenen. Alleen van mij was er kopij ontvangen, de andere beoogde schrijvers hadden het bij goede voornemens gelaten. De gepubliceerde gegevens leken mij wel van belang, ook voor de probleemliefhebbers buiten Limburg. De Problemist heeft nu dus de primeur. Oplossingen volgen binnenkort. |
||
| De damproblematiek in Limburg
(deel 2)
[26-03-2007] Dit artikel werd in februari 1997 opgenomen in De Problemist, het orgaan van de Kring voor Damproblematiek. Het was eigenlijk bestemd voor een jubileumgids van de PLDB, die nooit is verschenen (zie ook het naschrift). Het artikel wordt ongewijzigd overgenomen, maar is duidelijk in het verleden gesitueerd. (LdR) |
| 1. J. Moulen ![]() Oplossing: 43,28,31,9,4(35)2,40,7. |
| 2. G. J. Ritzen ![]() Oplossing: 42,23,29,3,19. Toen ik hem leerde kennen (ten huize van Jan Scheijen) was G.J.Ritzen al een oude man met weinig ambities. Hij loste af en toe iets op, maakte soms wat en was heel tevreden als er een probleem van hem werd geplaatst in De Zuid-Limburger of De Problemist. Ritzen trok zich niet zo geweldig veel aan van de Scherpe Regels. Regelmatig onderhield hij contact met Scheijen. |
| 3. B. Kramer ![]() Oplossing: 30,43,34,40,28,2,27,17(21)26(38AB)7(22)16(42)27,48 A(39)7,11 B(23)7(28)11(32)39(37)28,37. |
4. L. Colier ![]() Oplossing: 24,394,37,40,30,338,4,20,11,27. Een van Coliers eerste producten, niet helemaal scherp, maar wel spectaculair. |
5. B. de Kleer ![]() Oplossing: 33,37(48)13,3,5. |
Ik weet niet of Jan zijn leermeester Kramer vaak ontmoette. Wel ontmoette hij vaak de Maastrichtenaren Lambert Colier en Bart de
Kleer (foto), die enige tijd zijn clubgenoten waren bij Damas Kerkrade. Deze twee zwagers konden geen leerlingen van Scheijen worden genoemd, maar zij werden wel door hem beïnvloed.
De Kleer was een “mooie” problemist, die het vaak zocht in onverwachte momenten. Na de dood van zijn zwager Colier heeft Bart weinig meer laten zien. Ontmoet iemand hem nog wel eens? (Schreef ik in 1997. De Kleer overleed op 18 mei 2000 in zijn woonplaats Maastricht) Ik ben overigens ook nieuwsgierig wie er nog leeft van de andere problemisten die in dit artikel genoemd worden. |
6. B. ten Haaf![]() Oplossing: 15,10,23,24,34,21,7,1. Motief van ir. J.Viergever. Probleem uit 1964. Alle Limburgers kennen Ber ten Haaf. Hij is al jarenlang een van de sterkste provinciale spelers en bracht het ook nog tot voorzitter, eerst van de PLDB en nog een blauwe maandag van de FMJD (Werelddambond). Weinigen weten dat hij in zijn jonge jaren verknocht was aan de problematiek. Hij was een verwoed oplosser, maar onderscheidde zich ook, onder het oog van zijn leermeester Scheijen, als problemist. |
| 7. J. van Gelderen ![]() Oplossing:394(50)44,372,30,4,6(50)28,10,33. Probleem uit 1949. Jo van Gelderen kwam omstreeks 1950 in de damwereld terecht. Hij maakte een aantal problemen (de diagramstand toont zijn eerste en misschien ook wel zijn mooiste probleem). Toen verdween hij voor jaren uit beeld. Omstreeks 1975 kwam hij weer in contact met Jan Scheijen. Jo van Gelderen was iemand van: hollen of stilstaan. Hij ontplooide een kortstondige, maar geweldig explosieve activiteit. Hij vroeg mij om het kaartsysteem van de bewerkingen op het Canalejasmotief (later Guerra) Hij begon dit met grote ijver te rangschikken en te publiceren. Hij maakt een manuscript met de standen van Van Embden en Blankenaar (en stempelde alles met de hand). In die tijd heb ik hem menigmaal opgezocht op zijn flat aan de Eisenhowerstraat in Sittard. Van Gelderen ging medewerking verlenen aan het blad Puzzelster, waarin hij zelf een damrubriekje redigeerde en toen opeens…. was het afgelopen. Niemand heeft ooit meer iets van hem vernomen. |
8. W. van Vlijmen ![]() Oplossing: 504,19,40,7,27,6(50)17,17. Nog merkwaardiger is het verhaal van Wim van Vlijmen. Junior moet erachter, want zijn vader heette ook Wim van Vlijmen. Die was een tijdje voorzitter van damvereniging Schaesberg. Ik ontmoette junior enkele malen bij Jan Scheijen. Hij was een echt wonderkind. Negen jaar oud was hij en hij goochelde al met de schijven. Hij maakte in die tijd veel problemen die de toets der kritiek konden doorstaan. De meeste daarvan werden geplaatst in de Zuid-Limburger, de rubriek van Jan Scheijen. Plotseling was ook hij verdwenen. Hij mocht van zijn vader niets aan problematiek doen, werd er gezegd. Anderen zeiden dat hij postzegels verzamelde en zijn interesse voor het damspel had verloren. Onlangs (1997!), bij een van de laatste damrubrieken van Elsevier, stond zijn naam als prijswinnaar vermeld. Zo’n talent… weg. Zonde. |
| 9. B. Fermin ![]() Oplossing: 161,31,23,43,3,29. Probleem uit 1966. Een andere leerling van Jan Scheijen, die gelukkig nog wel steeds als problemist actief is, is Bert Fermin uit Schaesberg. Hij begon pas op latere leeftijd. Bert had nog veel andere liefhebberijen, zo was hij actief in de politiek, terwijl hij ook enkele dichtbundels uitbracht onder de naam Deen Engels. Het is mij niet gelukt hem naar een damclub te krijgen. Een keer heeft hij meegedaan aan een huisdammerstoernooi. Maar wat hij had gezegd klopte…. Hij kon niet dammen. Als problemist heeft hij zijn sporen inmiddels wel verdiend. In zijn beginjaren is hij nog medewerker geweest aan de probleemrubriek van Jan Scheijen in De Problemist. Hij ontving en controleerde de oplossingen. |
| De damproblematiek in Limburg
(deel 1) [11-10-2006] Dit artikel werd in februari 1997 opgenomen in De Problemist, het orgaan van de Kring voor Damproblematiek. Het was eigenlijk bestemd voor een jubileumgids van de PLDB, die nooit is verschenen (zie ook het naschrift). Het artikel wordt ongewijzigd overgenomen, maar is duidelijk in het verleden gesitueerd. (LdR) Wanneer we een artikel schrijven over de damproblematiek in Limburg, dan dienen we één naam met gouden letters af te drukken, die van Jan Scheijen. Zijn damcarrière begon in 1936, het jaar van de oprichting van de Limburgse Dambond. Jan Scheijen kwam op 18-jarige leeftijd door een vriend in aanraking met het damspel. Die kennismaking had grote invloed op zijn verdere levensloop. Velen van ons hebben Jan Scheijen, die op 26 december 1985 overleed, nog persoonlijk gekend. Omdat hij de belangrijkste persoon is, die in dit artikel wordt genoemd, zal ik enige woorden aan hem wijden, waarbij ik tevens zal proberen om de mythevorming die rond hem is ontstaan tot de juiste proporties terug te brengen. Waarom is Jan Scheijen jarenlang de belangrijkste man van de damproblematiek geweest? Kwam dat door het hoge peil van zijn problemen of door de grote hoeveelheid producten die hij heeft nagelaten? Dergelijke feiten worden wel beweerd, maar zijn niet geheel waar. Jan was een goede en bekwame problemist, maar hij miste de verfijning en de accuratesse die nodig zijn om iemand tot een echte topper te maken. Naar mijn mening heeft hij nimmer tot de top tien van Nederland behoord. Hij maakte wel ontzettend veel problemen. Na zijn overlijden kwam ik in het bezit van zijn probleemschriften: 92 in totaal. Ze verschilden in dikte en omvang, maar in elk schrift werden gemiddeld 400 problemen gestempeld. Men vertelde dat Scheijen 30 tot 40.000 problemen en tienduizenden motieven had gemaakt. Hij hielp zelf, bewust of onbewust, mee aan de mythevorming rond zijn persoon. De woorden die Trijntje Fop (pseudoniem voor Kees Stip) ooit dichtte, leken ook van toepassing op Jan Scheijen: “maar ’t feit waardoor hij voort zal leven, is, dat hij achteraf nog even de massa die hem huldigde met vijf vermenigvuldigde”. Op het moment dat ik deze woorden schrijf (mei 1996) ben ik bijna gereed met de afronding van het oeuvre van Scheijen. Binnenkort komt het 27e en laatste deeltje met problemen uit. De boekjes 1 t/m 4 bevatten elk 150 problemen, 5 t/m 27 gemiddeld 200. Het totaal komt daarmee op 5200 problemen. Het aantal motieven (waarvan nooit helemaal met zekerheid kan worden vastgesteld of ze origineel zijn of niet) ligt in de buurt van de 3300. Een omvangrijk oeuvre, dat is zeker. De verzameling is inmiddels uitvoerig gecontroleerd op technische tekortkomingen. Veel problemen zijn bewust door mij uit de collectie gelaten omdat ze smakeloos waren. Jan Scheijen ging uitermate nonchalant met zijn problemen om, reden waarom prachtige composities omringd werden door talrijke niemendalletjes. Bovenstaande opmerkingen lijken wellicht niet te stroken met de bijzondere vriendschapsrelatie die Jan en ik onderhielden, maar het is van belang dat de waarheid geen geweld wordt aangedaan. Dan is het ook gemakkelijker om de negatieve verhalen rond Scheijen te ontzenuwen. Enkele jaren voor zijn dood werd er door enkele lieden uit de probleemwereld, onder aanvoering van G.W.Zonneveld een hetze tegen Scheijen gevoerd, kennelijk met de bedoeling hem in diskrediet te brengen. De originaliteit van zijn motieven werd in twijfel getrokken, terwijl de technische tekortkomingen (motieven faalden soms; helaas, en bij Scheijen, met zijn grote onnauwkeurigheid vaker dan bij anderen) geweldig werden uitvergroot en hij zelfs van plagiaat beschuldigd werd. Nu ik zijn gehele oeuvre heb doorgewerkt, blijkt er geen enkele grond van verdenking te zijn. Integendeel: als Jan de auteur van een motief wist, werd dat door hem altijd vermeld, ook wanneer een motief dat hij zelf gevonden had reeds op naam van een ander bleek te staan. Dat Scheijen de spil van de Nederlandse damproblematiek kon worden genoemd, is te danken aan de tomeloze energie waarmee hij de hele damwereld tegemoet trad. Hij onderhield contacten met tientallen dammers in binnen- en buitenland. Van 1948 tot eind 1964 was hij probleemredacteur van De Problemist. Hij probeerde iedereen voor de problematiek te interesseren. Beginners werden door hem met zachte hand in de goede richting geleid. Hij verbeterde hun schuchtere pogingen, hij gaf opbouwende (zij het soms overdreven) kritiek, hij gaf anderen zelfvertrouwen. Zijn samenwerkingsproducten met anderen zijn talrijk; bijna alle dammers die bij hem over de vloer kwamen, hebben pogingen ondernomen om iets te maken, al dan niet met hulp van de maestro. Hij probeerde iedere liefhebber lid te maken van de Kring voor Damproblematiek. Dankzij zijn inspanningen groeide de Kring naar een ledenbestand van bijna 400, waaronder zich opvallend veel Limburgers bevonden. Op oude ledenlijsten vond ik namen die velen misschien weinig meer zeggen: P.Ackens- Bleijerheide, W.Hugens- Steijl, B.Kramer- Maastricht, J.Luijten- Maastricht, G.Nordhausen- Valkenburg, L.Plazier- Maastricht, A.Somers- Kerkrade, J.Vrolijk- Maastricht, J.Moulen- Voerendaal en ook bekendere namen als Jo Habets- Spekholzerheide, de problemist G.J.Ritzen uit Heerlen (later Eijgelshoven) en Piet Kuijpers- eerst Spekholzerheide, later Geleen. |
||||||||
Jan Scheijen beschouwde Bernard Kramer uit Maastricht als zijn leermeester. Kramer had een prachtige stijl van componeeren (zoals wij het “maken” van problemen wel eens deftig noemen). Hij had oog voor schitterende finesses. Indrukwekkend vind ik nog steeds zijn motief dat op het eerste diagram staat. (In een motief is zwart aan zet, maar wit wint, ondanks het beste tegenspel, LdR)Zwart heeft niet beter dan (31-37) en nu wint wit niet door 2-19 of 2-24, maar door het onverwachte 36-31. Op (37-41) volgt 2-13, 13x47 en op (37-42) 2-11, 11x47! |
||||||||
1. J.H.H.Scheijen![]() |
2. H.H.Balter![]() |
3. G.Nordhausen![]() |
||||||
| Het lijkt mij weinig zinvol om alle “gelegenheidsproblemisten” uit Limburg op te sommen. Daarmee bedoel ik hen die slechts incidenteel, en dan nog veelal in bijzijn van Jan Scheijen een probleempje maakten. In de jaargangen van De Problemist van 1949 e.v. komen we een aantal namen herhaaldelijk tegen. Nordhausen en Moulen (“limonadefabriek Kunrade- Voerendaal”, vermeld Jan S. ergens) behoren daarbij. H.H.Balter uit Schaesberg komen we slechts één keer tegen: in 1945 omgekomen in concentratiekamp Kröditz. Uit piëteit nemen we van hem probleem 2 op, dat ooit geplaatst werd in de Humorist.
Oplossingen: (sorry, Limburgse dammers: in verkorte notatie: we moeten groot worden)
|
||||||||