Problematiek
 

Leen de Rooij

06-07-2008 De damproblematiek in Limburg (deel 4)
27-07-2007 De damproblematiek in Limburg (deel 3)
26-03-2007 De damproblematiek in Limburg (deel 2)
11-10-2006 De damproblematiek in Limburg (deel 1)
26-11-2005 Voor het voetlicht: Brion Koullen
03-09-2005 Probleemrubriek 3 september 2005

Liefhebbers kunnen tevens een kijkje nemen op de website van VBI Huissen, ook daar verzorgt Leen een probleemrubriek.

zijn welkom.
 


De damproblematiek in Limburg (deel 3)

[27-07-2007] Dit artikel werd in februari 1997 opgenomen in De Problemist, het orgaan van de Kring voor Damproblematiek. Het was eigenlijk bestemd voor een jubileumgids van de PLDB, die nooit is verschenen (zie ook het naschrift). Het artikel wordt ongewijzigd overgenomen, maar is duidelijk in het verleden gesitueerd. (LdR)
 

1. J.H.H. Ras

Jos Ras heb ik nooit ontmoet. De hoofdonderwijzer uit Pey-Echt is nimmer lid geweest van een damclub. Zijn buurman, die ik later wel heb leren kennen, vertelde dat Ras in zijn vrije tijd bijna altijd met een dambord voor zich zat om problemen uit te broeden. Hij had oog voor de finesses in de problematiek. Ras publiceerde vrijwel uitsluitend in De Tijd-Maasbode.

2. J.L. Waltmans

Een Einzelgänger in de problematiek is ook J.L.Waltmans. (Overleden 8-4-2001) We waren al verschillende jaren lid van dezelfde vereniging (Treebeek), toen hij me op een goede dag toevertrouwde dat hij al vele honderden problemen had gemaakt. In eerste instantie denk je dan aan grootspraak, maar de week erna bracht hij een aantal diagramboekjes mee, met voor het merendeel bruikbare problemen.

3. H.J. Simons

Een echte leerling van Jan Scheijen was ook Hub Simons uit Kerkrade. Als plaatsgenoot vam Scheijen kwam Hub jr. (zijn oom, een sterke dammer heeft dezelfde voorletters) regelmatig bij Jan over de vloer. De samenwerking leidde tot veel mooie problemen, maar Hub kon het ook alleen. Hij publiceert zijn problemen nog regelmatig in De Problemist. (Helaas de laatste jaren niet meer, Leen 2007)

4. L. de Rooij

In het rijtje van leerlingen van Scheijen mag ook mijn eigen naam niet ontbreken. Weliswaar ben ik geen Limburger, maar sinds 1963 woon en werk ik in deze mooie provincie (tot juli 2001, Leen 2007)

5. H. van Es


Mijn damrubriek in het Limburgs Dagblad bracht mij indertijd in contact met vele probleemliefhebbers. Menigeen waagde het om zijn probeersels naar mij op te sturen. De meest talentvolle van allen was Heinz van Es, die destijds in Stevensweert woonde en die damde bij SMR Maasbracht. Hij doet zijn uiterste best om problematiek aantrekkelijk te maken voor partijspelers. Jammer genoeg onderhoudt Van Es, die al sinds jaren in Dronten woont een haat-liefdeverhouding met de problematiek. Hij kondigt regelmatig aan dat hij er echt mee ophoudt, omdat deze liefhebberij te arbeidsintensief is, of omdat hij er geen aanleg voor meent te hebben, maar een jaar later stuurt hij weer nieuwe producten.
 

6. A. van Meeuwen
7. M.P.J. de Vries
8. B. Klomp
 
De laatste drie namen uit dit overzicht zijn van problemisten die vrijwel uitsluitend in het Limburgs Dagblad hebben gepubliceerd. A.van Meeuwen en M.P.J.de Vries heb ik wel eens thuis opgezocht. Bij mijn weten heb ik B.Klomp nooit persoonlijk ontmoet. De Vries heeft indertijd nijvere pogingen ondernomen om een damclub in Ubach over Worms van de grond te krijgen. Dat mislukte. Hij was een uitmuntende oplosser, maar kon ook aardige problemen in elkaar knutselen, zoals blijkt uit de prachtige bijdrage in deze serie. Ik hoorde onlangs (1997!) vermelden dat Klomp, die uit een sterke huisdammersfamilie komt, ondanks het feit dat hij niet meer de jongste is, bij De Ridder in Brunssum wil gaan spelen.

Ik hoop dat er ook in de toekomst Limburgse dammers bereid zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van het combinatiespel in de problematiek te verkennen.

Naschrift:
In 1996 bestond de Provinciale Limburgse Dam Bond 60 jaar. De voorzitter vroeg mij een artikel over de damproblematiek in Limburg te schrijven. Graag heb ik aan dat verzoek voldaan. Het bovenstaande zou geplaatst worden in een jubileumgids, die omstreeks oktober 1996 uitgegeven zou worden. In maart moest alles ingeleverd zijn.

Mijn bijdrage, die ik met enige schaamte pas in april inleverde, was de eerste kopij die door het bestuur werd ontvangen. Ik had me voorgenomen om dit artikel, na plaatsing in het jubileumboek, ook in De Problemist te laten publiceren.
In oktober was er geen boekje verschenen. Alleen van mij was er kopij ontvangen, de andere beoogde schrijvers hadden het bij goede voornemens gelaten. De gepubliceerde gegevens leken mij wel van belang, ook voor de probleemliefhebbers buiten Limburg. De Problemist heeft nu dus de primeur.

Oplossingen volgen binnenkort.
 


De damproblematiek in Limburg (deel 2)

[26-03-2007] Dit artikel werd in februari 1997 opgenomen in De Problemist, het orgaan van de Kring voor Damproblematiek. Het was eigenlijk bestemd voor een jubileumgids van de PLDB, die nooit is verschenen (zie ook het naschrift). Het artikel wordt ongewijzigd overgenomen, maar is duidelijk in het verleden gesitueerd. (LdR) 

 
1. J. Moulen

Oplossing: 43,28,31,9,4(35)2,40,7.
 
2. G. J. Ritzen

Oplossing: 42,23,29,3,19.

Toen ik hem leerde kennen (ten huize van Jan Scheijen) was G.J.Ritzen al een oude man met weinig ambities. Hij loste af en toe iets op, maakte soms wat en was heel tevreden als er een probleem van hem werd geplaatst in De Zuid-Limburger of De Problemist. Ritzen trok zich niet zo geweldig veel aan van de Scherpe Regels. Regelmatig onderhield hij contact met Scheijen.

 
3. B. Kramer

Oplossing: 30,43,34,40,28,2,27,17(21)26(38AB)7(22)16(42)27,48  A(39)7,11  B(23)7(28)11(32)39(37)28,37.

4. L. Colier

Oplossing: 24,394,37,40,30,338,4,20,11,27. Een van Coliers eerste producten, niet helemaal scherp, maar wel spectaculair.

5. B. de Kleer

Oplossing: 33,37(48)13,3,5.
 
Ik weet niet of Jan zijn leermeester Kramer vaak ontmoette. Wel ontmoette hij vaak de Maastrichtenaren Lambert Colier en Bart de Kleer (foto), die enige tijd zijn clubgenoten waren bij Damas Kerkrade. Deze twee zwagers konden geen leerlingen van Scheijen worden genoemd, maar zij werden wel door hem beïnvloed.
De Kleer was een “mooie” problemist, die het vaak zocht in onverwachte momenten. Na de dood van zijn zwager Colier heeft Bart weinig meer laten zien. Ontmoet iemand hem nog wel eens? (Schreef ik in 1997. De Kleer overleed op 18 mei 2000 in zijn woonplaats Maastricht) Ik ben overigens ook nieuwsgierig wie er nog leeft van de andere problemisten die in dit artikel genoemd worden.
 
6. B. ten Haaf

Oplossing: 15,10,23,24,34,21,7,1. Motief van ir. J.Viergever. Probleem uit 1964.

Alle Limburgers kennen Ber ten Haaf. Hij is al jarenlang een van de sterkste provinciale spelers en bracht het ook nog tot voorzitter, eerst van de PLDB en nog een blauwe maandag van de FMJD (Werelddambond). Weinigen weten dat hij in zijn jonge jaren verknocht was aan de problematiek. Hij was een verwoed oplosser, maar onderscheidde zich ook, onder het oog van zijn leermeester Scheijen, als problemist.

 
7. J. van Gelderen

Oplossing:394(50)44,372,30,4,6(50)28,10,33. Probleem uit 1949.

Jo van Gelderen kwam omstreeks 1950 in de damwereld terecht. Hij maakte een aantal problemen (de diagramstand toont zijn eerste en misschien ook wel zijn mooiste probleem). Toen verdween hij voor jaren uit beeld. Omstreeks 1975 kwam hij weer in contact met Jan Scheijen. Jo van Gelderen was iemand van: hollen of stilstaan. Hij ontplooide een kortstondige, maar geweldig explosieve activiteit. Hij vroeg mij om het kaartsysteem van de bewerkingen op het Canalejasmotief (later Guerra) Hij begon dit met grote ijver te rangschikken en te publiceren. Hij maakt een manuscript met de standen van Van Embden en Blankenaar (en stempelde alles met de hand). In die tijd heb ik hem menigmaal opgezocht op zijn flat aan de Eisenhowerstraat in Sittard. Van Gelderen ging medewerking verlenen aan het blad Puzzelster, waarin hij zelf een damrubriekje redigeerde en toen opeens…. was het afgelopen. Niemand heeft ooit meer iets van hem vernomen.


8. W. van Vlijmen

Oplossing: 504,19,40,7,27,6(50)17,17.

Nog merkwaardiger is het verhaal van Wim van Vlijmen. Junior moet erachter, want zijn vader heette ook Wim van Vlijmen. Die was een tijdje voorzitter van damvereniging Schaesberg. Ik ontmoette junior enkele malen bij Jan Scheijen. Hij was een echt wonderkind. Negen jaar oud was hij en hij goochelde al met de schijven. Hij maakte in die tijd veel problemen die de toets der kritiek konden doorstaan. De meeste daarvan werden geplaatst in de Zuid-Limburger, de rubriek van Jan Scheijen. Plotseling was ook hij verdwenen. Hij mocht van zijn vader niets aan problematiek doen, werd er gezegd. Anderen zeiden dat hij postzegels verzamelde en zijn interesse voor het damspel had verloren. Onlangs (1997!), bij een van de laatste damrubrieken van Elsevier, stond zijn naam als prijswinnaar vermeld. Zo’n talent… weg. Zonde.

 
9. B. Fermin

Oplossing: 161,31,23,43,3,29. Probleem uit 1966.

Een andere leerling van Jan Scheijen, die gelukkig nog wel steeds als problemist actief is, is Bert Fermin uit Schaesberg. Hij begon pas op latere leeftijd. Bert had nog veel andere liefhebberijen, zo was hij actief in de politiek, terwijl hij ook enkele dichtbundels uitbracht onder de naam Deen Engels. Het is mij niet gelukt hem naar een damclub te krijgen. Een keer heeft hij meegedaan aan een huisdammerstoernooi. Maar wat hij had gezegd klopte…. Hij kon niet dammen. Als problemist heeft hij zijn sporen inmiddels wel verdiend. In zijn beginjaren is hij nog medewerker geweest aan de probleemrubriek van Jan Scheijen in De Problemist. Hij ontving en controleerde de oplossingen.

Wordt vervolgd.
zijn welkom.
 


De damproblematiek in Limburg (deel 1)

[11-10-2006] Dit artikel werd in februari 1997 opgenomen in De Problemist, het orgaan van de Kring voor Damproblematiek. Het was eigenlijk bestemd voor een jubileumgids van de PLDB, die nooit is verschenen (zie ook het naschrift). Het artikel wordt ongewijzigd overgenomen, maar is duidelijk in het verleden gesitueerd. (LdR)

Wanneer we een artikel schrijven over de damproblematiek in Limburg, dan dienen we één naam met gouden letters af te drukken, die van Jan Scheijen. Zijn damcarrière begon in 1936, het jaar van de oprichting van de Limburgse Dambond.
Jan Scheijen kwam op 18-jarige leeftijd door een vriend in aanraking met het damspel. Die kennismaking had grote invloed op zijn verdere levensloop.
Velen van ons hebben Jan Scheijen, die op 26 december 1985 overleed, nog persoonlijk gekend. Omdat hij de belangrijkste persoon is, die in dit artikel wordt genoemd, zal ik enige woorden aan hem wijden, waarbij ik tevens zal proberen om de mythevorming die rond hem is ontstaan tot de juiste proporties terug te brengen.
Waarom is Jan Scheijen jarenlang de belangrijkste man van de damproblematiek geweest? Kwam dat door het hoge peil van zijn problemen of door de grote hoeveelheid producten die hij heeft nagelaten? Dergelijke feiten worden wel beweerd, maar zijn niet geheel waar. Jan was een goede en bekwame problemist, maar hij miste de verfijning en de accuratesse die nodig zijn om iemand tot een echte topper te maken. Naar mijn mening heeft hij nimmer tot de top tien van Nederland behoord. Hij maakte wel ontzettend veel problemen. Na zijn overlijden kwam ik in het bezit van zijn probleemschriften: 92 in totaal. Ze verschilden in dikte en omvang, maar in elk schrift werden gemiddeld 400 problemen gestempeld. Men vertelde dat Scheijen 30 tot 40.000 problemen en tienduizenden motieven had gemaakt. Hij hielp zelf, bewust of onbewust, mee aan de mythevorming rond zijn persoon. De woorden die Trijntje Fop (pseudoniem voor Kees Stip) ooit dichtte, leken ook van toepassing op Jan Scheijen:

“maar ’t feit waardoor hij voort zal leven,
is, dat hij achteraf nog even
de massa die hem huldigde
met vijf vermenigvuldigde”. 


Op het moment dat ik deze woorden schrijf (mei 1996) ben ik bijna gereed met de afronding van het oeuvre van Scheijen. Binnenkort komt het 27e en laatste deeltje met problemen uit. De boekjes 1 t/m 4 bevatten elk 150 problemen, 5 t/m 27 gemiddeld 200. Het totaal komt daarmee op 5200 problemen. Het aantal motieven (waarvan nooit helemaal met zekerheid kan worden vastgesteld of ze origineel zijn of niet) ligt in de buurt van de 3300. Een omvangrijk oeuvre, dat is zeker. De verzameling is inmiddels uitvoerig gecontroleerd op technische tekortkomingen. Veel problemen zijn bewust door mij uit de collectie gelaten omdat ze smakeloos waren. Jan Scheijen ging uitermate nonchalant met zijn problemen om, reden waarom prachtige composities omringd werden door talrijke niemendalletjes.
Bovenstaande opmerkingen lijken wellicht niet te stroken met de bijzondere vriendschapsrelatie die Jan en ik onderhielden, maar het is van belang dat de waarheid geen geweld wordt aangedaan. Dan is het ook gemakkelijker om de negatieve verhalen rond Scheijen te ontzenuwen. Enkele jaren voor zijn dood werd er door enkele lieden uit de probleemwereld, onder aanvoering van G.W.Zonneveld een hetze tegen Scheijen gevoerd, kennelijk met de bedoeling hem in diskrediet te brengen. De originaliteit van zijn motieven werd in twijfel getrokken, terwijl de technische tekortkomingen (motieven faalden soms; helaas, en bij Scheijen, met zijn grote onnauwkeurigheid vaker dan bij anderen) geweldig werden uitvergroot en hij zelfs van plagiaat beschuldigd werd. 
Nu ik zijn gehele oeuvre heb doorgewerkt, blijkt er geen enkele grond van verdenking te zijn. Integendeel: als Jan de auteur van een motief wist, werd dat door hem altijd vermeld, ook wanneer een motief dat hij zelf gevonden had reeds op naam van een ander bleek te staan.
Dat Scheijen de spil van de Nederlandse damproblematiek kon worden genoemd, is te danken aan de tomeloze energie waarmee hij de hele damwereld tegemoet trad. Hij onderhield contacten met tientallen dammers in binnen- en buitenland. Van 1948 tot eind 1964 was hij probleemredacteur van De Problemist. Hij probeerde iedereen voor de problematiek te interesseren. Beginners werden door hem met zachte hand in de goede richting geleid. Hij verbeterde hun schuchtere pogingen, hij gaf opbouwende (zij het soms overdreven) kritiek, hij gaf anderen zelfvertrouwen. Zijn samenwerkingsproducten met anderen zijn talrijk; bijna alle dammers die bij hem over de vloer kwamen, hebben pogingen ondernomen om iets te maken, al dan niet met hulp van de maestro.
Hij probeerde iedere liefhebber lid te maken van de Kring voor Damproblematiek. Dankzij zijn inspanningen groeide de Kring naar een ledenbestand van bijna 400, waaronder zich opvallend veel Limburgers bevonden. Op oude ledenlijsten vond ik namen die velen misschien weinig meer zeggen: P.Ackens- Bleijerheide, W.Hugens- Steijl, B.Kramer- Maastricht, J.Luijten- Maastricht, G.Nordhausen- Valkenburg, L.Plazier- Maastricht, A.Somers- Kerkrade, J.Vrolijk- Maastricht, J.Moulen- Voerendaal en ook bekendere namen als Jo Habets- Spekholzerheide, de problemist G.J.Ritzen uit Heerlen (later Eijgelshoven) en Piet Kuijpers- eerst Spekholzerheide, later Geleen.
 
Jan Scheijen beschouwde Bernard Kramer uit Maastricht als zijn leermeester. Kramer had een prachtige stijl van componeeren (zoals wij het “maken” van problemen wel eens deftig noemen). Hij had oog voor schitterende finesses. Indrukwekkend vind ik nog steeds zijn motief dat op het eerste diagram staat. (In een motief is zwart aan zet, maar wit wint, ondanks het beste tegenspel, LdR)
Zwart heeft niet beter dan (31-37) en nu wint wit niet door 2-19 of 2-24, maar door het onverwachte 36-31. Op (37-41) volgt 2-13, 13x47 en op (37-42) 2-11, 11x47!
 
1. J.H.H.Scheijen
2. H.H.Balter
3. G.Nordhausen
Het lijkt mij weinig zinvol om alle “gelegenheidsproblemisten” uit Limburg op te sommen. Daarmee bedoel ik hen die slechts incidenteel, en dan nog veelal in bijzijn van Jan Scheijen een probleempje maakten. In de jaargangen van De Problemist van 1949 e.v. komen we een aantal namen herhaaldelijk tegen. Nordhausen en Moulen (“limonadefabriek Kunrade- Voerendaal”, vermeld Jan S. ergens) behoren daarbij. H.H.Balter uit Schaesberg komen we slechts één keer tegen: in 1945 omgekomen in concentratiekamp Kröditz. Uit piëteit nemen we van hem probleem 2 op, dat ooit geplaatst werd in de Humorist.

Oplossingen: (sorry, Limburgse dammers: in verkorte notatie: we moeten groot worden)

1 29, 34, 3, 7, 20 (43) 38, 17, 38
2 16, 7, 3, 17 (6A) 40, 44
3 24, 14, 3, 27, 27

Voor het voetlicht: Brion Koullen

[26-11-2005] Met de nodige scepsis schreef ik aan Bert Verton: “Je kunt die problemen op de website van de PLDB plaatsen, maar geloof nu maar niet dat er ook maar iemand op reageert.” Jarenlang heb ik de damrubriek van het Limburgs Dagblad geredigeerd. Een enkele keer liet iemand (mondeling) merken dat hij de inhoud had gelezen of nagespeeld, maar schriftelijke reacties kwamen er nauwelijks. Alleen als er prijzen te verdienen waren, kwam er respons van dammers die nog net voldoende prijsbewust waren om er een postzegel aan te wagen. Waar ik wel reacties op kreeg, dat waren verhaaltjes. Toen ik regelmatig een column schreef voor Het Damspel, met veelal gefantaseerde gebeurtenissen, ja, toen regende het commentaar. “Is je man werkelijk zo?”, vroegen ze aan mijn echtgenote. Aan mij durfden ze die vraag niet te stellen, want stel je voor dat die gek gevaarlijk was….

Mijn pessimisme was ongegrond. Al een paar dagen nadat mijn bijdrage op de website was geplaatst, ontving ik een mail van Brion Koullen. Ik wist dat de Limburgse topdammer zich op het glibberige pad van de damproblematiek had gewaagd, maar wachtte geduldig af, of zijn ster zou rijzen. Brion had een goed resultaat geboekt in de wedstrijd voor beginnende problemisten. Daarna kwam ik hem tegen in de kolommen van het vakblad de Problemist; het orgaan van de Kring voor Damproblematiek.
“Is er ook plek voor een gast/beginnersrubriekje?” vroeg Brion nieuwsgierig. Hij liet zijn vraag vergezeld gaan van een viertal problemen. En mijn antwoord aan Brion is een antwoord aan alle Limburgse dammers: “Als het een rubriek wordt voor de Limburgse dambond, dan is het wenselijk dat er ook Limburgers aan het woord komen.” Wel zullen de producten langs de meetlat van de Scherpe regels worden gelegd, maar eventuele tekortkomingen hoeven publicatie niet in de weg te staan..
Brion stuurde zijn mail op 5 september. Hij heeft lang moeten wachten voor ik iets met de problemen ging doen. Sorry, mensen, ik zal geen regelmatige bijdrage leveren, want nadat ik ben opgehouden met werken, kom ik altijd tijd te kort.
Kijkt u mee naar het volgende kwartet:

[1] 11-7, 32-27! (12-18) 27-21, 31-27, 33x2, 39x19, 19x30, 14-9, 2x6.

Een prachtig volwassen probleem met leuke slagwisselingen na 31-27. Een dwangzet in een positie met een schijf minder komt niet zo vaak voor, want het is moeilijk sluitend te krijgen. Als ik een minpuntje mag noemen, dan wijs ik op de vrije vogels 11 en 14 die als dolle zwaluwen het hoge zwerk doorklieven. Begrijp me goed: het is in dit probleem niet te vermijden. Een kunstenaar moet een beetje geluk hebben om tot het ideale kunstwerk te komen.

[2] 40-34, 50-44, 12-8, 48-43, 27x29, 17x10, 45x3, 3x31, 47-41 (37-42) 41-37, 46-41.

Opnieuw worden we getroffen door een ingenieus slagsysteem. Het vrijmaken van veld 14 door een voorafgaande slag naar 10 is heel vaak vertoond. Arie van der Stoep heeft er een boekje vol van verzameld (“Kannetjes”, noemt hij zulke problemen.) Apart in dit probleem is echter het ontstaan van de slag 28x26. Alle schijven eromheen verdwijnen, voor de slag- pikant naakt- wordt vertoond.

[3] 26-21, 20-15 (b.v. 28x17) 8-3, 43x41, 48-42, 13-9, 19x8, 15x4, 4x40, 3x30, 49x38.

Het schouwspel met de witte dammen die zichzelf opofferen en als vuurwerk in de lucht uiteenspatten, is ludiek, maar het spijt me voor Brion: dit kan echt niet. Waarom niet?, zult u vragen. De aanvangsstand is onmogelijk. Zwart heeft geen reglementaire laatste zet of slag kunnen doen. Dat is een (logisch) vereiste in de problematiek. Er kunnen op dit probleem meer aanmerkingen worden gemaakt. Het is niet fraai dat schijf 8 slechts één stapje hoeft te doen om dam te halen. Dat is geen sterke troef. Het valt mij op dat partijspelers die zich op problematiek toeleggen, geen enkele schroom lijken te hebben om wilde standen op het bord te zetten. Vaak hebben ze zulke problemen in hun vorige leven sterk bekritiseerd. Het idee van dit probleem is te verbeteren. Ik heb Brion gevraagd dat zelf te doen, want hij is de geestelijke vader van het gecompliceerde slagsysteem.

[4] 29-23, 20-14, 36-31, 17-12, 12x1, 1x27 (over 29,39,37,21,13,24,40 en 27) (4-9, 33-39) 4-22 (39-43) 22-18!

Ik vind dit werkstuk minder mooi dan de nummers 1 en 2. Het begin is minder spectaculair. Niettemin is de situatie na 17-12, 12x1 aardig. Je moet goed kijken hoe de winnende slag tot stand komt.

Ik wens Brion een glanzende carrière als damproblemist en spreek de hoop uit dat er meer Limburgse dammers zijn voorbeeld zullen volgen.

Probleemrubriek 3 september 2005
[6208] Oplossing: 50-44, 18-13, 22-18, 49-44, 44-40, 43-39, 25x3, 48x8, 3-9 (13-19) 9-18 (7-11) 18-9, 15x4 en de scherpe variant luidt nu: (11-16) 4x27 (19-24) 27-38-43-49 (16-21, 35-40) 16-11 (40-45) 11-50
Het is een heel aantal zetten voordat de winnende opsluiting wordt bereikt. In dit probleem vraag ik speciale aandacht voor de aparte reis die 36 gaat maken. Via een lange omweg bereikt hij als dam weer hetzelfde veld. Daarna wordt hem nog geen rust gegund, want hij gaat vervolgens nog naar 13. Aardig is ook de zet 50-44, waarmee wit de dekking van schijf 45 opheft. Het motief is misschien nieuw. Het is opvallend dat alleen de manoeuvre 3-9-18-9 wint. Vroeger zou het tijden duren voordat dit bewezen was. Tegenwoordig kan er een beroep worden gedaan op de eindspeldatabase van Truus.
[6215] Problemisten houden wel van dit soort “aangekoekte”  standen. Het is dan vaak mogelijk een leuke slagenwisseling te realiseren, zonder dat de gevolgen van het blad af te zien zijn. Oplossing: 46-41, 17-11, 11x2, 2x5, (46x14*) 5x3. Motief Max Douwes. Het enige zinvolle verzet bestaat uit (9-13) en nu wint alleen 3-12. Dan moet zwart noodgedwongen de dam afpakken met (35-40, 30-34, 4x13) en er blijft na 49-43 oppositie over.
Toen ik pas met de problematiek begon, placht mijn leermeester Jan Scheijen een zet als 17-11 breed uit te meten. “Kijk:", zei hij dan, “dat is een 1 (7x16) maal 2 (26x6) maal 3 (26x19) maal 4-slag (26x46)”  En in zijn malse Kerkraadse dialect voegde hij eraan toe: “Zoiets is verbluffend”. Het maakte daarbij niet uit of het een probleem van een ander of van hemzelf betrof.
[6221] Hoewel carnaval een van de Limburgse geneugten is die ik in den vreemde het minst mis, is er wel een carnavaleske stand op het bord verschenen. “Waarom maken jullie problemisten toch van die rare standen?” vragen partijspelers mij weleens. In dit geval is het gebrek aan techniek. Het lukt mij niet om het prachtige motief van Jan van Tol in een fraaier keurslijf te persen. Overigens tillen wij problemisten ook niet al te zwaar aan een minder bekoorlijke stand. Toen een dammer eens met een strenge blik in zijn ogen aan de onvergetelijke Max Douwes vroeg: “Hoe is de zwarte schijf daar op veld 44 gekomen?” antwoordde hij zonder blikken of blozen: “Meneer, die heb ik daar zelf neergezet”. En zo is het: problemen zijn composities. Problemisten proberen daarin bijna onmogelijke dingen mogelijk te maken. Bijna zou ik de oplossing vergeten: 42-38, 18-12, 16x7, 46-41, 37-31, 33x4 (b.v. 24x42) 15x13 (b.v. 44x33) 50-44, 4x48 en zwart verliest in alle varianten, b.v. (45-50) 48-26. Het is in dit probleem opvallend dat wit alleen kan winnen door met 50-44 schijf 45 vrij spel te geven.
[6227] Zwart heeft het in dit kleine standje al bijna voor elkaar: hij is door de witte linies heengebroken, terwijl wit overal geblokkeerd wordt. Wit maakt echter een doelpunt op de wijze van de Ajacied Babel. Hij staat volkomen gedekt en weet toch de kruising te vinden. Oplossing: 17-12 (keus) 49-44, 50-44, 44x2 (47x29*) 25-20, 4x33.
Opnieuw staat er een motief van Max Douwes op het bord. Dat is geen toeval, want ik heb indertijd de nalatenschap van Max doorgeploegd en een paar boekjes met zijn werk uitgegeven. Om verder te kunnen komen, moet zart offeren: (15-20, 34-39) Wit wint nu door 15-38 (39-44) 45-40, 38-49 (6-11) 49-44-49, enz.