Damproblematiek
- Gegevens
- Geschreven door PLDB
- Categorie: Damproblematiek
- Hits: 1876
| [11-10-2006] Dit artikel werd in februari 1997 opgenomen in De Problemist, het orgaan van de Kring voor Damproblematiek. Het was eigenlijk bestemd voor een jubileumgids van de PLDB, die nooit is verschenen (zie ook het naschrift). Het artikel wordt ongewijzigd overgenomen, maar is duidelijk in het verleden gesitueerd. (LdR) Wanneer we een artikel schrijven over de damproblematiek in Limburg, dan dienen we één naam met gouden letters af te drukken, die van Jan Scheijen. Zijn damcarrière begon in 1936, het jaar van de oprichting van de Limburgse Dambond. Jan Scheijen kwam op 18-jarige leeftijd door een vriend in aanraking met het damspel. Die kennismaking had grote invloed op zijn verdere levensloop. Velen van ons hebben Jan Scheijen, die op 26 december 1985 overleed, nog persoonlijk gekend. Omdat hij de belangrijkste persoon is, die in dit artikel wordt genoemd, zal ik enige woorden aan hem wijden, waarbij ik tevens zal proberen om de mythevorming die rond hem is ontstaan tot de juiste proporties terug te brengen. Waarom is Jan Scheijen jarenlang de belangrijkste man van de damproblematiek geweest? Kwam dat door het hoge peil van zijn problemen of door de grote hoeveelheid producten die hij heeft nagelaten? Dergelijke feiten worden wel beweerd, maar zijn niet geheel waar. Jan was een goede en bekwame problemist, maar hij miste de verfijning en de accuratesse die nodig zijn om iemand tot een echte topper te maken. Naar mijn mening heeft hij nimmer tot de top tien van Nederland behoord. Hij maakte wel ontzettend veel problemen. Na zijn overlijden kwam ik in het bezit van zijn probleemschriften: 92 in totaal. Ze verschilden in dikte en omvang, maar in elk schrift werden gemiddeld 400 problemen gestempeld. Men vertelde dat Scheijen 30 tot 40.000 problemen en tienduizenden motieven had gemaakt. Hij hielp zelf, bewust of onbewust, mee aan de mythevorming rond zijn persoon. De woorden die Trijntje Fop (pseudoniem voor Kees Stip) ooit dichtte, leken ook van toepassing op Jan Scheijen: “maar ’t feit waardoor hij voort zal leven, is, dat hij achteraf nog even de massa die hem huldigde met vijf vermenigvuldigde”. Op het moment dat ik deze woorden schrijf (mei 1996) ben ik bijna gereed met de afronding van het oeuvre van Scheijen. Binnenkort komt het 27e en laatste deeltje met problemen uit. De boekjes 1 t/m 4 bevatten elk 150 problemen, 5 t/m 27 gemiddeld 200. Het totaal komt daarmee op 5200 problemen. Het aantal motieven (waarvan nooit helemaal met zekerheid kan worden vastgesteld of ze origineel zijn of niet) ligt in de buurt van de 3300. Een omvangrijk oeuvre, dat is zeker. De verzameling is inmiddels uitvoerig gecontroleerd op technische tekortkomingen. Veel problemen zijn bewust door mij uit de collectie gelaten omdat ze smakeloos waren. Jan Scheijen ging uitermate nonchalant met zijn problemen om, reden waarom prachtige composities omringd werden door talrijke niemendalletjes. Bovenstaande opmerkingen lijken wellicht niet te stroken met de bijzondere vriendschapsrelatie die Jan en ik onderhielden, maar het is van belang dat de waarheid geen geweld wordt aangedaan. Dan is het ook gemakkelijker om de negatieve verhalen rond Scheijen te ontzenuwen. Enkele jaren voor zijn dood werd er door enkele lieden uit de probleemwereld, onder aanvoering van G.W.Zonneveld een hetze tegen Scheijen gevoerd, kennelijk met de bedoeling hem in diskrediet te brengen. De originaliteit van zijn motieven werd in twijfel getrokken, terwijl de technische tekortkomingen (motieven faalden soms; helaas, en bij Scheijen, met zijn grote onnauwkeurigheid vaker dan bij anderen) geweldig werden uitvergroot en hij zelfs van plagiaat beschuldigd werd. Nu ik zijn gehele oeuvre heb doorgewerkt, blijkt er geen enkele grond van verdenking te zijn. Integendeel: als Jan de auteur van een motief wist, werd dat door hem altijd vermeld, ook wanneer een motief dat hij zelf gevonden had reeds op naam van een ander bleek te staan. Dat Scheijen de spil van de Nederlandse damproblematiek kon worden genoemd, is te danken aan de tomeloze energie waarmee hij de hele damwereld tegemoet trad. Hij onderhield contacten met tientallen dammers in binnen- en buitenland. Van 1948 tot eind 1964 was hij probleemredacteur van De Problemist. Hij probeerde iedereen voor de problematiek te interesseren. Beginners werden door hem met zachte hand in de goede richting geleid. Hij verbeterde hun schuchtere pogingen, hij gaf opbouwende (zij het soms overdreven) kritiek, hij gaf anderen zelfvertrouwen. Zijn samenwerkingsproducten met anderen zijn talrijk; bijna alle dammers die bij hem over de vloer kwamen, hebben pogingen ondernomen om iets te maken, al dan niet met hulp van de maestro. Hij probeerde iedere liefhebber lid te maken van de Kring voor Damproblematiek. Dankzij zijn inspanningen groeide de Kring naar een ledenbestand van bijna 400, waaronder zich opvallend veel Limburgers bevonden. Op oude ledenlijsten vond ik namen die velen misschien weinig meer zeggen: P.Ackens- Bleijerheide, W.Hugens- Steijl, B.Kramer- Maastricht, J.Luijten- Maastricht, G.Nordhausen- Valkenburg, L.Plazier- Maastricht, A.Somers- Kerkrade, J.Vrolijk- Maastricht, J.Moulen- Voerendaal en ook bekendere namen als Jo Habets- Spekholzerheide, de problemist G.J.Ritzen uit Heerlen (later Eijgelshoven) en Piet Kuijpers- eerst Spekholzerheide, later Geleen. | ||||||||
Jan Scheijen beschouwde Bernard Kramer uit Maastricht als zijn leermeester. Kramer had een prachtige stijl van componeeren (zoals wij het “maken” van problemen wel eens deftig noemen). Hij had oog voor schitterende finesses. Indrukwekkend vind ik nog steeds zijn motief dat op het eerste diagram staat. (In een motief is zwart aan zet, maar wit wint, ondanks het beste tegenspel, LdR)Zwart heeft niet beter dan (31-37) en nu wint wit niet door 2-19 of 2-24, maar door het onverwachte 36-31. Op (37-41) volgt 2-13, 13x47 en op (37-42) 2-11, 11x47! | ||||||||
1. J.H.H.Scheijen![]() | 2. H.H.Balter![]() | 3. G.Nordhausen![]() | ||||||
| Het lijkt mij weinig zinvol om alle “gelegenheidsproblemisten” uit Limburg op te sommen. Daarmee bedoel ik hen die slechts incidenteel, en dan nog veelal in bijzijn van Jan Scheijen een probleempje maakten. In de jaargangen van De Problemist van 1949 e.v. komen we een aantal namen herhaaldelijk tegen. Nordhausen en Moulen (“limonadefabriek Kunrade- Voerendaal”, vermeld Jan S. ergens) behoren daarbij. H.H.Balter uit Schaesberg komen we slechts één keer tegen: in 1945 omgekomen in concentratiekamp Kröditz. Uit piëteit nemen we van hem probleem 2 op, dat ooit geplaatst werd in de Humorist. Oplossingen: (sorry, Limburgse dammers: in verkorte notatie: we moeten groot worden)
| ||||||||
- Gegevens
- Geschreven door PLDB
- Categorie: Damproblematiek
- Hits: 2015
[26-03-2007] Dit artikel werd in februari 1997 opgenomen in De Problemist, het orgaan van de Kring voor Damproblematiek. Het was eigenlijk bestemd voor een jubileumgids van de PLDB, die nooit is verschenen (zie ook het naschrift). Het artikel wordt ongewijzigd overgenomen, maar is duidelijk in het verleden gesitueerd. (LdR) |
| 1. J. Moulen ![]() Oplossing: 43,28,31,9,4(35)2,40,7. |
| 2. G. J. Ritzen ![]() Oplossing: 42,23,29,3,19. Toen ik hem leerde kennen (ten huize van Jan Scheijen) was G.J.Ritzen al een oude man met weinig ambities. Hij loste af en toe iets op, maakte soms wat en was heel tevreden als er een probleem van hem werd geplaatst in De Zuid-Limburger of De Problemist. Ritzen trok zich niet zo geweldig veel aan van de Scherpe Regels. Regelmatig onderhield hij contact met Scheijen. |
| 3. B. Kramer ![]() Oplossing: 30,43,34,40,28,2,27,17(21)26(38AB)7(22)16(42)27,48 A(39)7,11 B(23)7(28)11(32)39(37)28,37. |
4. L. Colier ![]() Oplossing: 24,394,37,40,30,338,4,20,11,27. Een van Coliers eerste producten, niet helemaal scherp, maar wel spectaculair. |
5. B. de Kleer ![]() Oplossing: 33,37(48)13,3,5. |
Ik weet niet of Jan zijn leermeester Kramer vaak ontmoette. Wel ontmoette hij vaak de Maastrichtenaren Lambert Colier en Bart de Kleer (foto), die enige tijd zijn clubgenoten waren bij Damas Kerkrade. Deze twee zwagers konden geen leerlingen van Scheijen worden genoemd, maar zij werden wel door hem beïnvloed. De Kleer was een “mooie” problemist, die het vaak zocht in onverwachte momenten. Na de dood van zijn zwager Colier heeft Bart weinig meer laten zien. Ontmoet iemand hem nog wel eens? (Schreef ik in 1997. De Kleer overleed op 18 mei 2000 in zijn woonplaats Maastricht) Ik ben overigens ook nieuwsgierig wie er nog leeft van de andere problemisten die in dit artikel genoemd worden. |
6. B. ten Haaf![]() Oplossing: 15,10,23,24,34,21,7,1. Motief van ir. J.Viergever. Probleem uit 1964. Alle Limburgers kennen Ber ten Haaf. Hij is al jarenlang een van de sterkste provinciale spelers en bracht het ook nog tot voorzitter, eerst van de PLDB en nog een blauwe maandag van de FMJD (Werelddambond). Weinigen weten dat hij in zijn jonge jaren verknocht was aan de problematiek. Hij was een verwoed oplosser, maar onderscheidde zich ook, onder het oog van zijn leermeester Scheijen, als problemist. |
| 7. J. van Gelderen ![]() Oplossing:394(50)44,372,30,4,6(50)28,10,33. Probleem uit 1949. Jo van Gelderen kwam omstreeks 1950 in de damwereld terecht. Hij maakte een aantal problemen (de diagramstand toont zijn eerste en misschien ook wel zijn mooiste probleem). Toen verdween hij voor jaren uit beeld. Omstreeks 1975 kwam hij weer in contact met Jan Scheijen. Jo van Gelderen was iemand van: hollen of stilstaan. Hij ontplooide een kortstondige, maar geweldig explosieve activiteit. Hij vroeg mij om het kaartsysteem van de bewerkingen op het Canalejasmotief (later Guerra) Hij begon dit met grote ijver te rangschikken en te publiceren. Hij maakt een manuscript met de standen van Van Embden en Blankenaar (en stempelde alles met de hand). In die tijd heb ik hem menigmaal opgezocht op zijn flat aan de Eisenhowerstraat in Sittard. Van Gelderen ging medewerking verlenen aan het blad Puzzelster, waarin hij zelf een damrubriekje redigeerde en toen opeens…. was het afgelopen. Niemand heeft ooit meer iets van hem vernomen. |
8. W. van Vlijmen ![]() Oplossing: 504,19,40,7,27,6(50)17,17. Nog merkwaardiger is het verhaal van Wim van Vlijmen. Junior moet erachter, want zijn vader heette ook Wim van Vlijmen. Die was een tijdje voorzitter van damvereniging Schaesberg. Ik ontmoette junior enkele malen bij Jan Scheijen. Hij was een echt wonderkind. Negen jaar oud was hij en hij goochelde al met de schijven. Hij maakte in die tijd veel problemen die de toets der kritiek konden doorstaan. De meeste daarvan werden geplaatst in de Zuid-Limburger, de rubriek van Jan Scheijen. Plotseling was ook hij verdwenen. Hij mocht van zijn vader niets aan problematiek doen, werd er gezegd. Anderen zeiden dat hij postzegels verzamelde en zijn interesse voor het damspel had verloren. Onlangs (1997!), bij een van de laatste damrubrieken van Elsevier, stond zijn naam als prijswinnaar vermeld. Zo’n talent… weg. Zonde. |
| 9. B. Fermin ![]() Oplossing: 161,31,23,43,3,29. Probleem uit 1966. Een andere leerling van Jan Scheijen, die gelukkig nog wel steeds als problemist actief is, is Bert Fermin uit Schaesberg. Hij begon pas op latere leeftijd. Bert had nog veel andere liefhebberijen, zo was hij actief in de politiek, terwijl hij ook enkele dichtbundels uitbracht onder de naam Deen Engels. Het is mij niet gelukt hem naar een damclub te krijgen. Een keer heeft hij meegedaan aan een huisdammerstoernooi. Maar wat hij had gezegd klopte…. Hij kon niet dammen. Als problemist heeft hij zijn sporen inmiddels wel verdiend. In zijn beginjaren is hij nog medewerker geweest aan de probleemrubriek van Jan Scheijen in De Problemist. Hij ontving en controleerde de oplossingen. |
- Gegevens
- Geschreven door PLDB
- Categorie: Damproblematiek
- Hits: 1853
| [27-07-2007] Dit artikel werd in februari 1997 opgenomen in De Problemist, het orgaan van de Kring voor Damproblematiek. Het was eigenlijk bestemd voor een jubileumgids van de PLDB, die nooit is verschenen (zie ook het naschrift). Het artikel wordt ongewijzigd overgenomen, maar is duidelijk in het verleden gesitueerd. (LdR) | ||
1. J.H.H. Ras Jos Ras heb ik nooit ontmoet. De hoofdonderwijzer uit Pey-Echt is nimmer lid geweest van een damclub. Zijn buurman, die ik later wel heb leren kennen, vertelde dat Ras in zijn vrije tijd bijna altijd met een dambord voor zich zat om problemen uit te broeden. Hij had oog voor de finesses in de problematiek. Ras publiceerde vrijwel uitsluitend in De Tijd-Maasbode. Een Einzelgänger in de problematiek is ook J.L.Waltmans. (Overleden 8-4-2001) We waren al verschillende jaren lid van dezelfde vereniging (Treebeek), toen hij me op een goede dag toevertrouwde dat hij al vele honderden problemen had gemaakt. In eerste instantie denk je dan aan grootspraak, maar de week erna bracht hij een aantal diagramboekjes mee, met voor het merendeel bruikbare problemen. Een echte leerling van Jan Scheijen was ook Hub Simons uit Kerkrade. Als plaatsgenoot vam Scheijen kwam Hub jr. (zijn oom, een sterke dammer heeft dezelfde voorletters) regelmatig bij Jan over de vloer. De samenwerking leidde tot veel mooie problemen, maar Hub kon het ook alleen. Hij publiceert zijn problemen nog regelmatig in De Problemist. (Helaas de laatste jaren niet meer, Leen 2007) In het rijtje van leerlingen van Scheijen mag ook mijn eigen naam niet ontbreken. Weliswaar ben ik geen Limburger, maar sinds 1963 woon en werk ik in deze mooie provincie (tot juli 2001, Leen 2007) | ||
6. A. van Meeuwen![]() | 7. M.P.J. de Vries![]() | 8. B. Klomp![]() |
| De laatste drie namen uit dit overzicht zijn van problemisten die vrijwel uitsluitend in het Limburgs Dagblad hebben gepubliceerd. A.van Meeuwen en M.P.J.de Vries heb ik wel eens thuis opgezocht. Bij mijn weten heb ik B.Klomp nooit persoonlijk ontmoet. De Vries heeft indertijd nijvere pogingen ondernomen om een damclub in Ubach over Worms van de grond te krijgen. Dat mislukte. Hij was een uitmuntende oplosser, maar kon ook aardige problemen in elkaar knutselen, zoals blijkt uit de prachtige bijdrage in deze serie. Ik hoorde onlangs (1997!) vermelden dat Klomp, die uit een sterke huisdammersfamilie komt, ondanks het feit dat hij niet meer de jongste is, bij De Ridder in Brunssum wil gaan spelen. Ik hoop dat er ook in de toekomst Limburgse dammers bereid zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van het combinatiespel in de problematiek te verkennen. Naschrift: In 1996 bestond de Provinciale Limburgse Dam Bond 60 jaar. De voorzitter vroeg mij een artikel over de damproblematiek in Limburg te schrijven. Graag heb ik aan dat verzoek voldaan. Het bovenstaande zou geplaatst worden in een jubileumgids, die omstreeks oktober 1996 uitgegeven zou worden. In maart moest alles ingeleverd zijn. Mijn bijdrage, die ik met enige schaamte pas in april inleverde, was de eerste kopij die door het bestuur werd ontvangen. Ik had me voorgenomen om dit artikel, na plaatsing in het jubileumboek, ook in De Problemist te laten publiceren. In oktober was er geen boekje verschenen. Alleen van mij was er kopij ontvangen, de andere beoogde schrijvers hadden het bij goede voornemens gelaten. De gepubliceerde gegevens leken mij wel van belang, ook voor de probleemliefhebbers buiten Limburg. De Problemist heeft nu dus de primeur. Oplossingen volgen binnenkort. | ||
- Gegevens
- Geschreven door PLDB
- Categorie: Damproblematiek
- Hits: 3403
Dammen is oorlog
Wie een beetje is ingewijd in de wereld van de damproblematiek, weet dat mijn naam vaak in verband wordt gebracht met het Guerra-motief. Dat is niet ten onrechte, want sinds 1962 probeer ik alle problemen die erop gemaakt zijn (letterlijk) in kaart te brengen.
Het zal niemand verbazen dat ik zelf het grootste aandelenpakket in dit fonds heb.
Voor de niet-ingewijden moet ik vertellen dat er in het Guerra-motef zwarte schijven staan op 1,6 en 25 en een witte dam op 2. Zwart is aan zet. Vroeger werd dit het Canalejasmotief genoemd, daarvoor werd het toegeschreven aan Timoneda, Alix en in de oorlogsjaren werd Burggraaff als de ontdekker beschouwd. Tegenwoordig geeft men de eer van de ontdekking aan de Spanjaard Guerra. “Dammen is oorlog” en de naam van deze vroegere dammer lijkt die opvatting te ondersteunen. Guerra betekent: oorlog.
Wat velen niet weten is, dat er nog een ander motief is dat ik vaak bewerk. Het gaat om de volgende stand:
diagram 1
De stand kan ook bewerkt worden met 16 op 11 en 17 op 21, of met wit aan zet met 17 op 26 (en zwart op 11). Aan dit motief is geen auteursnaam verbonden, want de eerste mens die op het idee kwam om een schijf achterwaarts te laten slaan, kan het op het bord hebben gehad.
Linkse sympathieën
Zelf werd ik getroffen door mijn kennelijke voorkeur voor motieven aan de linker(boven)kant van het dambord. In het Guerra-motief staan drie van de vier stukken links opgesteld en in het motief van het eerste diagram zien we uitsluitend linkse figuren op het scherm.
Toen ik in mijn Kweekschooltijd een scriptie maakte over linkshandigheid, las ik dat de vervaardigers van de wandtekeningen in de grotten van Lascaux en Altamira zeker voor de helft linkshandig waren. Hoe weet men dat?
Mensen die linkshandig zijn, zullen bij voorkeur hun figuren met het hoofd of de kop naar rechts tekenen. Rechtshandigen doen dat andersom,
Zelf ben ik rechtshandig, en misschien is mijn voorkeur voor “linkse” motieven daaruit te verklaren. Als ik weinig creatieve ideeën heb, pak ik mijn dambord en zet ik het Guerra-motief of diagram 1 op het bord.
Een motief bewerken: geen willekeur
Bij het bewerken van het motief van diagram 1 kan een problemist niet naar willekeur te werk gaan. Hij moet ervoor zorgen dat beide zwarte schijven tijdens de oplossing iets “doen”. Ze moeten op hun plaats worden gebracht of als “steunschijf” fungeren: kortom, ze mogen niet gemist kunnen worden. Is een van beide stukken overbodig, dan moet hij verwijderd worden, want dan geldt hij als “figurant” of overbodige ballast. Zo eindigen veel van mijn problemen waarbij ik het motief van het diagram wilde bewerken in de eindstanden 6/17 of 16/17.
Die zal ik u niet tonen. In deze aflevering toon ik u een aantal van mijn problemen op rechtstreekse bewerkingen van het diagrammotief.
diagram 2 diagram 3
diagram 4 diagram 5
diagram 6 diagram 7
diagram 8 diagram 9
diagram 10 diagram 11
diagran 12 diagram 13
diagram 14
Dankzij de problemendatabase, die door Wim de Zwart werd bijeengebracht en door Klaas Bor op het scherm werd gezet, was het niet moeilijk deze standen bijeen te sprokkelen. Ik gaf als zoekopdracht mijn naam en het motief op en er rolde een aantal standen uit, waaruit ik een selectie kon maken. Vroeger zou me dit vele uren hebben gekost.
Oplossingen:
2. Puzzlester, aug.1975. 33-28, 16-11, 27x7, 11x22, 22-17, 26x17. Het geeft veel voldoening als het lukt een bepaald thema in miniatuurvorm te gieten. En dan bedoel ik niet zo’n miniatuur, zoals ze tegenwoordig bij duizenden worden gemaakt. Wat zijn de verdiensten van dit werkstuk? Motiefstuk 16 wordt op zijn plaats gebracht; 6 is onmisbaar als steunschijf; er worden witte stukken naar 7 en 11 geloodst, maar bovenal”schijf 16 verhuist naar 17. Probeer zoiets maar eens in een partij voor elkaar te krijgen!
Ik vind trouwens toch dat dammers die zich alleen maar tot het partijspel beperken en nooit proberen een probleem te maken of op te lossen, veel tekort komen. Ze missen de poëzie van het spel.
3. De Problemist, juni 1977. 49-43, 47-42, 39-33, 34x43, 16x7, 7-2, 2x27, 26x17.
En wat wordt hier geboden? (Sorry, dat ik mijn eigen producten aanprijs, maar ik wil u enig gevoel voor de problematiek bijbrengen. Zo werkt dat bij onderwijzers)
Er komen maar liefst drie dammen op het bord. De motiefstukken doen dienst. De witte dam offert zichzelf op. Dit alles gebeurt opnieuw in klein bestek: 8 tegen 9.
4. Het Nieuwe Damspel, aug. 1978. 38-33, 39-33, 33-29, 35x4, 31-27, 4x44, 36x27, 26x17
Mensen die alleen willen kijken als er een partijachtige stand op het bord staat, en de standen van de diagrammen 2 en 3 niet wilden bekijken, kunnen nu hun ogen open doen. Opnieuw maken de motiefstukken zich verdienstelijk De witte dam offert zichzelf op, terwijl de zwarte schijf op 31 even in het berghok wordt gezet.
5. Brabants Nieuwsblad, 21 nov. 1981. 41-36, 47-41, 36-31, 46-41, 48-42, 17-12, 12x1, 1x17 (over 27,39,37 en 21) 50x17
Schijf 38 rent het hele veld over om schijf 41 naar 31 te kunnen brengen. Daarna keert hij naar zijn uitgangspositie terug. In zijn nadagen moet hij nog meewerken aan de definitieve ondergang van zwart. Alles bij zwart doet dienst en de witte dam offert zich op voor de eer van het vaderland.
6. Elseviers Weekblad, 13 aug. 1983. 11-7, 32-28, 27x38, 25-20, 47x38, 20-15, 15x4, 4x40, 50x17. Binnen twee zetten hebben de zwarte motiefstukken hun werk gedaan. Er wordt ruimte gemaakt voor de wereldreis van 25 via de Noordpool naar 40. En weer loopt alles uit op een onmisbaar damoffer.
7. Leninskaja Zmina (een Oekraïense krant) 31 juli 1984. 48-43, 39-34, 25x3, 16-11, 3x23, 26-21, 23-40, 50x17.
Het lijkt misschien minder spectaculair dan bij zijn voorgangers, maar het idee om een witte dam los op het bord te krijgen, alvorens hij zichzelf opoffert, is weinig vertoond. Bovendien is het wel grappig dat de zwarte motiefstukken achter elkaar op hun plaats worden gezet.
Na drie maal de eindslag 26x17 en drie maal 50x17 bekijken we een aantal bewerkingen van de eindslag 48x17.
8. Dam-tam-tam, jan. 1996. 37-32, 21-16, 34-30, 30-24, 25x12, 16x7, 47-41, 42x22, 26-21, 43-38, 48x17.
Het is heerlijk om een bord zo mooi vol te krijgen en dat te verwezenlijken in een aardig ogende stand. Echt spektakel is er niet, maar we zien dat de motiefstukken 6 en 16 respectievelijk dienst doen en gebracht worden.
9. Utrechts Niuewsblad, 24 dec.1999. 37-31, 34-29, 28x17, 22x42, 49x40, 43-39, 42-38, 48x17. Voor een partijspeler zijn hier wellicht de grenzen van het betamelijke overschreden. De probleemliefhebber laat het moment na 28x17 tot zich doordringen. Alles duikt en buitelt over elkaar heen.
10. Nederlands Dagblad, 4 maart 2000. 16-11, 17-12, 19x8, 44-40, 24x11, 11-7, 25-20, 43-39, 48x17. Ziet u het technische probleem? Eigenlijk is schijf 6 een figurant. Ik heb hem er niet bijgezet om de stand gelijk te maken, want dat probleem was op andere wijze op te lossen. Nee, ik vond de slag naar 11 mooier als de witte schijf tegen twee zwarte aan kwam te hangen, zogezegd ter verhoging van het effect. Wie het storend vindt, moet schijf 6 en de eerste zet weglaten.
11. Hoofdlijn, mei 2000. 13-9, 19x17, 17-12, 20-14, 24x42, 21-17, 42-38, 48x17.
De kritische kijker zal in deze kerstdagen opmerken dat er in de aanvangsstand wel veel witte engelen door het luchtruim zweven. We zien twee leuke “doorschuivers”: eerst 17-12 en later 21-17. De motiefstukken blijven niet werkloos.
12. Nederlands Dagblad, 8 nov.2003. 49-44, 24-19, 20x40, 15-10, 23-19, 17-12, 12x1, 1x17, 50x17. Alles wordt in gereedheid gebracht voor de kernexplosie na 17-12. Er wordt terloops nog een witte dam geofferd en een zwarte geslagen.
13. De Problemist, febr.2006. 29-23, 50-44, 18-13, 25x5, 47-41, 27-22 (b.v. 46x23) 5x11! (17x6) 22-17. Een absurd slot! Zwart kan op drie manieren slaan, maar niets helpt hem. Na de verplichte slag gaat wit op zijn gemak lopend naar veld 17. Dat is alleen op deze manier mogelijk. Het idee is slechts te realiseren met een Turkse slag.
Een kritische lezer zal opmerken dat de stand onverklaarbaar is, want (34-40) kan niet de laatste zet geweest zijn. Wie van retrogrades houdt, kan de volgende zetten aan de beginsituatie laten voorafgaan: 48-43 (37x39) 33x44 (26x37) Het lijkt absurd, maar is toch niet helemaal onlogisch. Waarom zoveel kunstgrepen? zult u zich afvragen. Een problemist probeert niet het voor-de-hand-liggende, maar het bijna onmogelijke te realiseren. Daarom moet u hem niet kwalijk nemen dat zoiets meestal niet lukt in een partijachtige stand.
14. Ongepubliceerd. Gemaakt op 25 aug. 2007. 20-14, 18x9, 38-32, 42-38, 45x5, 47x9, 50x11, 11-17, 26x17. Hebt u dat ooit eerder gezien? Een achterwaarts damoffer, terwijl de dam aan de doelpaal hangt! Misschien zegt iemand dat schijf 16 een figurant is, maar hier geldt dezelfde opmerking als bij nummer 10.
Wordt vervolgd
- Gegevens
- Geschreven door PLDB
- Categorie: Damproblematiek
- Hits: 1898
Motief niet rechtstreeks
In de vorige rubriek toonde ik u bewerkingen op het “linkse” motief 6.16 tegen 17. Zwart aan zet verliest. Het motief kan een zet verdiept worden
Motief
Tijdens een van mijn eerste bezoeken aan damclub CDA in Amsterdam werd mij door een van de volijverige senioren deze stand getoond. “Kijk eens”, zei de bejaarde heer. “Zwart aan zet, maar wit wint. Een tegen twee. Het is net David tegen Goliath”.
Op de Christelijke Damclub Amsterdam kon je zoiets nog zeggen. Toen ik onlangs de kreet “David en Goliath” op de jeugdclub van VBI Huissen slaakte, keken de kinderen me aan met een blik waarin de vraag besloten lag: “Over welke popsterren heeft hij het eigenlijk?”
1. W.J.Prins
In mijn allereerste jaren als problemist stuurde ik de stand van het eerste diagram (of iets wat erop leek) naar Jan Scheijen. Oplossing: 22-17, 28-22, 23-19, 33-28, 38x7, 39-34,34x21. Groot was mijn teleurstelling toen hij me meldde dat het probleem al eerder was gemaakt door W.J.Prins (pseudoniem voor Wim Jurg, de oom en naamgenoot van de latere voorzitter van de F.M.J.D, broer van Anton Jurg) “Maar”, voegde Scheijen eraan toe. “Het is heel bemoedigend dat je tot dezelfde vondst komt als zo’n grote problemist.
In de probleemdatabase van Wim de Zwart/ Klaas Bor vond ik onder mijn naam 9 gepubliceerde standen terug op dit motief. Ik zal ze u laten zien en vervolg daarna met een aantal ongepubliceerde problemen.
2 3 + A.v.d.Elzen
4 5
2. (Dam-Eldorado, juli 1987) 47-41, 48-42, 33-28 (19x39) 38-33, 17x10, 45x3, 3x50. U ziet meteen een aardige uitbreiding van het uitgangspotief. Zwart kan kiezen uit (17-22, 11x22) en verliest dan door 21-17, 26-21 of hij verkiest te sterven na (17-3) 21-17 (11x22) 50x17, 26x17. Ook in het tweede geval eindigt het probleem scherp, al zien we een iets ander slot. De motiefvondst ligt voor de hand, maar ik kon er toch geen voorganger van vinden. Let in de oplossing allereerst op de “halve coup Turc”, maar ook op de zet 38-33
3. ( Het Gazetje van Middelburg, juli 2006, samen met Ton van den Elzen) 32-28, 29-24, 39-34, 45x3 (1-6, 7-11, 2x22) 21-17, 26-21 Het probleem heeft weinig pretenties, maar de stand dateert van 25 juli 2003 en dat een van de laatste keren dat Ton en ik samen achter het dambord zaten. Misschien hadden we toen nog het idee dat we een nieuw motief ontdekt hadden, maar een blik in de probleemdatabase leerde mij dat Dirk de Ruiter het al in 1943 bewerkte.
4. (Nederlands Dagblad, 7 aug.2007) De laatste zetten waren 29-24 (23-28) 24-20 (15x24) Oplossing: 34-30, 30x17, 47x38, 50-44, 18-12, 22x4, 27-22, 2x49, 49x7, 26-21. De niet geheel willekeurige eis dat de stand te herleiden moet zijn tot een positie waarin niemand op slag staat, leidt soms tot indrukwekkende (of groteske) acrobatiek.
In veel van de getoonde problemen wordt 26-21 als laatste zet gespeeld. Dat ligt voor de hand, want er ontstaat dan ruimte voor een actie van een witte dam naar 7.
5. ( Dam-Eldorado, sept. 1987) 11-7, 7-2 (22x11 gedwongen) 2x49, 49x7!, 21-17, 16x7, 26-21 Mag ik uw speciale aandacht vragen voor dit werkstuk! De wandeling 11-7-2 is apart, maar op het damoffer op 7 wil ik u speciaal attenderen. Dit wordt gerealiseerd in een pretentieloze 8 om 9-stand.
6 7
8 9 + A.v.d. Elzen
6. (Dam-Eldorado, nov.1988) 50-44, 49-43, 13-9, 27-22, 22x4, 4x49, 37-32, 49x7, 26-21 De zet 27-22 brengt heel wat teweeg. Liefst drie dammen verschijnen op en verdwijnen van het bord.
7. (Hoogeveensche Courant, 11 maart 1988) 28-23, 14x3, 48-42, 49-44, 42-37, 27x7, 3x43! 43x7, 26-21 De koddige stand na (16x18) verdient eigenlijk een apart diagram. Destijds vond ik bewerking van dit idee zo moeilijk, dat ik mijn toevlucht nam tot een snelle dam. Voor het bewerken van dit thema moest ik mijn toevlucht nemen tot een onesthetische aanvangsstand.
8. (Molodezj Azerbaidjana, 21 mei 1988) 24-20, 23-19, 15-10, 49-44, 10-4, 21x1, 1x47, 47x18! 4x7, 26-21. Hier wordt uw aandacht gevraagd voor het ongebruikelijk damoffer op 18. In 1988 ben ik kennelijk vaak met dit motief aan de slag geweest. De resultaten kwamen zelfs onder ogen van verre Sovjetburgers. Wie slechts op de aanvangsstanden let, vergelijkt mijn problemen soms met die van Max Douwes. Er is een belangrijk verschil: Max werkte weinig met (vooral witte) dammen.
9. (Het Gazetje van Middelburg, juli 2006, samen met Ton van den Elzen) 39-33, 49-43, 15-10, 10-5, 18-13, 23x12, 5x7! (2x11) 12x21. Dit probleem, dat op 5 juli 2005 ontstond, was het laatste dat Ton en ik samen maakten. Het slot is heel leuk, maar het dateert al van 1943 en staat op naam van J.Burggraaff.
10 11
12 13
Eindigden de problemen 2 t/m 8 met de slotzet 26-21, in de problemen 9 en 10 zocht ik het in andere mogelijkheden: eerst 12x21 en vervolgens 25x21.
10. (Nederlands Dagblad, 16 sept. 2006) 33-28, 35-30, 22-18, 48x30, 16x7, 30-25, 25x21. Het is aardig dat de reis van 48 naar 21 op de velden 30 en 25 wordt onderbroken. 25 moet eerst nog ontruimd worden. Alles draait om de meerslag 18!
11. Ongepubliceerd. 50-44, 48x28, 49-44, 34x32, 29x40, 15x24, 32-28, 27x18, 21x1, 32-27, 24-19, 1x27! (16-21) 27x7, 26-21 Nadat ik bij toeval had ontdekt dat wit alleen wint door naar 27 te slaan, stond niets de ontdekking van een nieuw motief in de weg. Waarom wint 1x32 niet? Daarop antwoordt zwart met (11-17) Er dreigt (16-21 en 6-11) dus wit moet vluchten naar de lijn 5-46. Daarop speelt zwart (17-22) en is er een remisestand ontstaan.
12. In diagram 12 zien we de consequenties van deze vondst. Ongepubliceerd. 42-38, 47-42, 50-44, 38x27, 21-17, 46-41, 39-33, 34x3, 3x35, 35x49! Nieuw? Zwart speelt (7-11) en nu is 49-27! De enige zet die wint. Daarna volgt (16-21, 2x11) en 26-21. Niet alleen vanwege het nieuwe motief, maar om meer redenen lijkt diagram 12 me een zeer geslaagd probleem. Op diagram 14 staat de nieuwe motiefvondst op de foto.
13. Ongepubliceerd. 36-31, 50-44, 44-40, 48x39, 42x33, 47-41, 20-15, 25x3, 15-10, 3x49 en we zien een variatie van hetzelfde motief. Het slagsysteem met 20-15 en 25x3 is eindeloos bewerkt. Het leidt meestal tot een grote stand, maar ook tot weinig spektakel.
14. Motief L.de R. 15

Veld 49 = dam
16 17

14. Hier staat het motief in al zijn glorie. De schijven 6 en 7 kunnen ook op 1 en 11 staan.
15. 40-34, 31x22, 18-12, 19x8, 44-40, 8-3, 3x49 (Mind the road!) De laatste zetten waren (36-41) 42-37 (41x32) Dit probleem had ook van Max Douwes kunnen zijn. Behalve bij de eindslag komt er geen dam aan te pas.
16. Ongepubliceerd. Gemaakt in Amman, Jordanië op 28-10-2007. 35-30, 30-24, 19-13, 23x14, 48-43, 28x30 (48x31) 36x27, 50-44, 44-39- die zet is echt nodig- 18-12, 22x4, 4x49. Doorgaans is dit een schamel slagsysteem, maar door de slagkeuzes en de komst van twee zwarte dammen, leek het me toch een mooi probleem.
17. Ongepubliceerd. 49-43, 47-41, 21x5, 5-23, 26x17, 23-40, 50x17. Op de valreep wilde ik u nog een laatste bewerking laten zien op het slot van de vorige aflevering. De damschuif + damoffer maken het m.i. tot een aardig geheel.
In een volgend afsluitend artikel laat ik u zien wat andere problemisten op dit motief produceerden, want ik heb nu al twee maal ongegeneerd uit eigen werk moeten citeren.
Wordt vervolgd.
Jan Scheijen beschouwde Bernard Kramer uit Maastricht als zijn leermeester. Kramer had een prachtige stijl van componeeren (zoals wij het “maken” van problemen wel eens deftig noemen). Hij had oog voor schitterende finesses. Indrukwekkend vind ik nog steeds zijn motief dat op het eerste diagram staat. (In een motief is zwart aan zet, maar wit wint, ondanks het beste tegenspel, LdR)







Ik weet niet of Jan zijn leermeester Kramer vaak ontmoette. Wel ontmoette hij vaak de Maastrichtenaren Lambert Colier en Bart de Kleer (foto), die enige tijd zijn clubgenoten waren bij Damas Kerkrade. Deze twee zwagers konden geen leerlingen van Scheijen worden genoemd, maar zij werden wel door hem beïnvloed. De Kleer was een “mooie” problemist, die het vaak zocht in onverwachte momenten. Na de dood van zijn zwager Colier heeft Bart weinig meer laten zien. Ontmoet iemand hem nog wel eens? (Schreef ik in 1997. De Kleer overleed op 18 mei 2000 in zijn woonplaats Maastricht) Ik ben overigens ook nieuwsgierig wie er nog leeft van de andere problemisten die in dit artikel genoemd worden.









